Motor 'van Rennes'

De ‘Nooit Gedacht’ was bij de bouw ingericht met een 12 pk petroleum-vergasser, een liggende 1 cylinder 4 taktmotor met een inhoud van 20 liter en een vermogen van ca 18 pk bij ca 400 omwentelingen per minuut. Je kunt de klappen tellen als hij loopt, in onze ogen nu een archaisch aan-doend mechaniek maar toen zeer modern. De eerste betrouwbare verbrandingsmotor voor de binnenvaart. De gerestaureerde authentieke petroleummotor oogt als een stoom-machine en wordt beschouwd als een fel begeerd museumstuk.

 

D.W. van Rennes eerste motorenbouwer in Nederland

In Nederland begonnen de ontwikkelingen met motoren met de motorenfabriek Drakenburg van D.W. van Rennes, die in 1890 de eerste motoren bouwde, eerst als stationair zuiggas motoren. Later bedacht hij een petroleumvergas-sing, die de motoren geschikt maakte voor gebruik op schepen.

Het principe is kinderlijk eenvoudig: je laat vlak voor de brandstofinlaat de vloeibare petroleum in een naar buiten afgesloten metalen bakje lopen, daaron-der brandt een forse open vlam, die ook nog het voorste deel van de motor meeverwarmt. Door de hitte verdampt de petroleum en de opgewarm de cylinderkop doet het petroleum/ luchtmengsel na compressie ontbranden. Door deze konstruktie werd het dieselpatent omzeild, wat hoge licentierechten uit-spaarde.

Een en ander lijkt eenvoudig, maar men moet niet vergeten dat alles op dit gebied nieuw was en dat elke omzetting van idee naar praktijk gepaard ging met veel experimenteren, soms hoge investeringen en vaak mislukkingen. Het feit dat D.W.van Rennes de eerste motorenbouwer in Nederland was (en nog steeds de bekendste uit de begintijd) en dat hij tot zijn dood in 1912 de meeste Nederlandse verbrandingsmotoren op zijn naam heeft, getuigt van niet gering lef en doorzettingsvermogen. Daarbij zijn deze motoren door hem zelf ontworpen en ontwikkeld. Dit geldt zeker voor de latere types, de zogenaamde “liggende Rennes” die nog steeds een begrip is bij kenners van deze materie.

 

Varen met en bedienen van een motorschip

Dat dit geleerd moest worden blijkt uit het volgende citaat, overgenomen uit een bestek van een motorschip uit 1898 te Leiderdorp:

“Het schip wordt voortbewogen door een schroef die zijn kracht ontvangt van een petroleummotor geleverd uit de fabriek van D.W. van Rennes te Utrecht met een effectief vermogen van 18-20 paardekrachten welke voor een halfjaar garantie geeft voortspruitende uit slechts materiaal en constructie en bij te leveren alleen tot deze in werking te stellen benoodigdheden als volgt: afblaaspijpen, knalpot,petroleumreservepomp, oliepomp, schroefkokergalan, schroefas en voor de achter en vooruitbeweging,de nieuwste vinding van Rennes met frictieschijven op de as, met korten riem en verder de noodige olievetbussen en reservelamp en uit, inlaatveeren en het geheel tot in den vaart gereed‘.

Voor de behandeling der motor werd gratis een monteur de volle reis “medegegeven”. De schipper betaalde de reis en verblijfkosten van de monteur. Deze verbleef in de schuit en at met de schipper mee “wat de kok schaft”